ECLI:NL:CRVB:2025:1329
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- E.E.V. Lenos
- A. Hoogenboom
- J.P. Loof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering partnertoeslag AOW wegens schending medewerkingsplicht
Appellant ontving een partnertoeslag bij zijn AOW-pensioen die afhankelijk is van het inkomen van zijn echtgenote. Van januari 2017 tot april 2020 kon het recht op toeslag niet worden vastgesteld omdat appellant en zijn echtgenote niet voldeden aan hun medewerkings- en inlichtingenplicht. Ondanks herhaalde verzoeken van de Sociale verzekeringsbank (Svb) leverde appellant geen voldoende bewijs over het inkomen van zijn echtgenote, die in Suriname woonde en belastingplichtig was.
De Svb herzag daarop de toeslag en vorderde de te veel betaalde bedragen terug. Appellant maakte bezwaar, maar de rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep werd bevestigd dat de Svb voldoende inspanningen had verricht om de benodigde informatie te verkrijgen en dat de medewerkingsplicht objectief is, waarbij verwijtbaarheid niet relevant is.
Appellant voerde aan dat hij de informatie niet kon verkrijgen omdat zijn echtgenote niet meewerkte en dat de situatie van gescheiden leven in verschillende landen bijzondere omstandigheden vormde. De Raad oordeelde dat dit onvoldoende is om af te wijken van de wettelijke regels. Ook het beroep op dringende redenen om terugvordering te verminderen faalde wegens gebrek aan bewijs van financiële nood. De Raad bevestigde het bestreden besluit en liet de herziening en terugvordering van de partnertoeslag in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot herziening en terugvordering van de partnertoeslag blijft in stand.