Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
Het oordeel van de voorzieningenrechter
Conclusie en gevolgen
BESLISSING
- verklaart het beroep tegen het besluit van 6 april 2022 ongegrond;
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Centrale Raad van Beroep
Verzoeker, voormalig lid van gedeputeerde staten van Noord-Holland, vroeg indexering van zijn Appa-pensioen vanaf 2011 en restitutie van een ingehouden buitenlandbijdrage over de periode 2011-2014. Gedeputeerde staten wezen dit verzoek in 2022 af, waarna verzoeker bezwaar maakte. Na behandeling werd het bezwaar in oktober 2024 ongegrond verklaard. Verzoeker stelde beroep in en vroeg een voorlopige voorziening.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat er geen wettelijke basis is voor indexering van het Appa-pensioen in de gevraagde periode, omdat ABP-pensioenen sinds 2010 niet zijn geïndexeerd en de Appa dit niet toelaat. Daarnaast is een eventuele aanspraak op restitutie van de buitenlandbijdrage niet meer afdwingbaar vanwege de vijfjaarstermijn die was verstreken. Ook is de verschuldigdheid van de buitenlandbijdrage vastgesteld door het CAK, niet door gedeputeerde staten.
De voorzieningenrechter wees het verzoek om voorlopige voorziening af en verklaarde het beroep ongegrond. Verzoeker kreeg geen proceskostenvergoeding. De uitspraak werd gedaan op 16 juli 2025 door H. Lagas.
Uitkomst: Het verzoek om indexering van het Appa-pensioen en restitutie van de buitenlandbijdrage wordt afgewezen.