ECLI:NL:CRVB:2025:1055
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering en brutering bijstand wegens ontvangen kinderalimentatie
Appellante ontvangt bijstand als alleenstaande ouder en ontving kinderalimentatie van haar ex-partner. Het college vorderde een bedrag terug omdat appellante een nabetaling van achterstallige alimentatie ontving, wat leidde tot een terugvordering en brutering van bijstand.
Appellante stelde dat zij niet in staat was de schuld binnen het kalenderjaar te voldoen en dat het besluit tot brutering in strijd was met het evenredigheidsbeginsel. Tevens voerde zij aan dat er dringende redenen waren om van terugvordering af te zien, mede vanwege onduidelijke communicatie en haar deelname aan schuldhulpverlening.
De Raad oordeelde dat appellante wel over de bedragen kon beschikken en dat het college voldoende communicatie had gevoerd. De belangenafweging was evenwichtig en de nadelige gevolgen van de brutering waren niet onevenredig. Ook waren er geen dringende redenen om van terugvordering af te zien.
Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Appellante kreeg geen vergoeding van proceskosten. De terugvordering en brutering blijven daarmee in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering en brutering van bijstand wegens ontvangen kinderalimentatie en wijst het hoger beroep af.