ECLI:NL:CRVB:2024:532
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering tijdelijke ontheffing arbeidsverplichtingen vanwege zorg en klachten bevestigd
Appellant, bijstandontvanger op grond van de Participatiewet, verzocht om tijdelijke ontheffing van arbeidsverplichtingen vanwege de zorg voor zijn zieke echtgenote en eigen fysieke en psychische klachten. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam wees dit verzoek af, omdat niet was gebleken dat appellant geheel niet in staat was tot arbeidsinschakeling.
De Raad toetste het besluit na advies van Indigo, een psychische zorgaanbieder, die concludeerde dat appellant, ondanks zijn klachten, in staat was tot beperkte arbeidsdeelname, mits de zorgtaken deels konden worden overgenomen. Appellant stelde dat zijn fysieke klachten onvoldoende waren onderzocht en dat hij vanwege de zorg voor zijn partner ontheffing behoorde te krijgen.
De Raad oordeelde dat het advies van Indigo zorgvuldig was en dat appellant onvoldoende medische gegevens had aangeleverd om het tegendeel te bewijzen. Ook de zorgsituatie van de partner, die via een persoonsgebonden budget deels werd opgevangen, vormde geen dringende reden voor ontheffing. Het beroep werd ongegrond verklaard, het bestreden besluit bleef in stand en appellant kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het college mag de tijdelijke ontheffing van arbeidsverplichtingen weigeren.