ECLI:NL:RBDHA:2025:24223

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
4 december 2025
Publicatiedatum
17 december 2025
Zaaknummer
24/7686
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen besluit college van burgemeester en wethouders van Delft inzake ontheffing arbeidsinschakeling

Deze uitspraak betreft het beroep van eiser tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Delft om hem geen ontheffing te verlenen van de verplichting tot arbeidsinschakeling. Eiser, die sinds 22 november 2022 een bijstandsuitkering ontvangt op grond van de Participatiewet (Pw), is het niet eens met dit besluit en heeft verschillende beroepsgronden aangevoerd. De rechtbank heeft het beroep beoordeeld en komt tot de conclusie dat het college terecht geen ontheffing heeft verleend. De rechtbank legt uit dat eiser beperkingen heeft die zijn belastbaarheid beïnvloeden, maar dat er in medisch opzicht geen urenbeperking is vastgesteld. Hierdoor is het college van mening dat eiser kan deelnemen aan een re-integratietraject, vrijwilligerswerk of loonvormende arbeid.

Het procesverloop laat zien dat het college op 23 april 2024 heeft besloten dat eiser geen ontheffing van de plicht tot arbeidsinschakeling krijgt. Dit besluit is bevestigd in het bestreden besluit van 6 augustus 2024. De rechtbank heeft partijen laten weten dat een zitting niet nodig is en heeft het onderzoek gesloten. Eiser heeft medische informatie ingediend, maar de rechtbank oordeelt dat deze informatie geen nieuwe gegevens bevat die de eerdere conclusies van het college kunnen weerleggen. Eiser heeft niet aangetoond dat zijn medische situatie is verslechterd en dat hij niet in staat is om te werken.

De rechtbank concludeert dat het college voldoende duidelijkheid heeft verschaft over de activiteiten die onder arbeidsinschakeling vallen en dat er geen reden is om aan de juistheid van het medisch advies te twijfelen. Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard, wat betekent dat hij geen griffierecht terugkrijgt en ook geen vergoeding van proceskosten ontvangt. De uitspraak is gedaan door mr. C.J. Waterbolk, rechter, en is openbaar uitgesproken op 4 december 2025.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 24/7686

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 december 2025 in de zaak tussen

[eiser], uit [woonplaats], eiser

(gemachtigde: mr. B.F. van Es),
en

het college van burgemeester en wethouders van Delft¸ het college

(gemachtigde: [naam]).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over het beroep van eiser tegen het besluit van het college om hem geen ontheffing te verlenen van de verplichting tot arbeidsinschakeling. Eiser is het niet eens met dit besluit. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank het beroep. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college terecht geen ontheffing heeft verleend van de verplichting tot arbeidsinschakeling. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Met het besluit van 23 april 2024 heeft het college besloten dat eiser geen ontheffing van de plicht tot arbeidsinschakeling krijgt. Met het bestreden besluit van
6 augustus 2024 op het bezwaar van eiser is het college bij dat besluit gebleven.
2.1.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.2.
De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en gevraagd of partijen het daarmee eens zijn. Omdat partijen daarna niet om een zitting hebben gevraagd, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en de zaak niet behandeld op een zitting. [1]

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat deze zaak over?
3. Eiser ontvangt sinds 22 november 2022 een bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet (Pw). Het college heeft Salude Medisch Advies (Salude) verzocht om een medisch onderzoek uit te voeren bij eiser. Eiser is op 20 maart 2024 op spreekuur geweest bij een arts van Salude. Hij heeft een zogenoemde Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) ingevuld. De onderzoeksresultaten staan in de Rapportage Medisch Advies Participatiewet van 20 maart 2024. Op 28 maart 2024 heeft eiser een gesprek gehad met een psycholoog van Salude. De resultaten hiervan staan in de Rapportage Psychosociaal Advies Participatiewet van 29 maart 2024. Verder heeft een arbeidsdeskundige van Salude op
4 april 2024 een telefonisch spreekuur gehad met eiser. De resultaten hiervan staan in de rapportage Arbeidsdeskundig Advies Participatiewet van 5 april 2024.
3.1.
Het college heeft op grond van het medisch advies van Salude het primaire besluit genomen waarbij geen ontheffing van de plicht tot arbeidsinschakeling is toegekend. Eiser heeft beperkingen die zijn belastbaarheid beïnvloeden, maar in medisch opzicht heeft hij geen urenbeperking. Het college vindt daarom dat eiser wel kan deelnemen aan een re-integratietraject, vrijwilligerswerk of loonvormende arbeid.
3.2.
Het college heeft aan het bestreden besluit ten grondslag gelegd dat het onderzoek zorgvuldig is geweest. De medische informatie die eiser na de hoorzitting heeft opgestuurd bevat geen nieuwe informatie die niet al door de arts of psycholoog is meegewogen. Er is geen tegenadvies van een onafhankelijk medisch specialist of psycholoog overgelegd. Er is daarom geen reden om te twijfelen aan de juistheid of volledigheid van het advies, aldus het college.
Wat vindt eiser?
4. Eiser voert in beroep aan dat zijn verslechterde medische toestand een objectief aanknopingspunt is om hem ten minste een gedeeltelijke vrijstelling van de verplichting tot arbeidsinschakeling te geven. Daarnaast heeft het college onvoldoende geconcretiseerd welke activiteiten of werkzaamheden hij zou kunnen verrichten. Het is voor eiser onduidelijk welke voorzieningen de gemeente voor ogen heeft om de arbeidsinschakeling te bereiken.
Wat oordeelt de rechtbank?
5. In artikel 9, eerste lid, van de Pw staan de verplichtingen tot arbeidsinschakeling. Artikel 9, tweede lid, van de Pw biedt het college de mogelijkheid om in individuele gevallen tijdelijk ontheffing te verlenen van de verplichtingen genoemd in het eerste lid, onderdelen a en c, als daarvoor dringende redenen aanwezig zijn. De bewijslast van dringende redenen die aanleiding kunnen vormen om tijdelijke ontheffing te verlenen van de arbeidsverplichtingen rust op eiser. [2]
5.1.
Ter beoordeling van de vraag of in de situatie van eiser sprake is van dringende redenen om tijdelijke ontheffing van de arbeidsverplichtingen te verlenen heeft het college advies ingewonnen bij Salude. Een bijstandverlenende instantie mag zijn besluiten baseren op concrete adviezen van deskundige instanties als Salude. De bijstandverlenende instantie moet zich er dan wel van vergewissen of het advies op een zorgvuldige manier tot stand is gekomen, geen onjuistheden bevat en of het deugdelijk is gemotiveerd.
5.2.
Er zijn geen aanknopingspunten om aan te nemen dat het medisch advies waarop het besluit van het college berust, qua inhoud gebreken vertoont die aanleiding geven tot twijfel omtrent de juistheid van de conclusies. Het college mocht in beginsel dus uitgaan van de juistheid van het advies. Het ligt op de weg van eiser om te onderbouwen dat zijn medische omstandigheden verslechterd zijn en dat hij niet in staat is om te werken. Dit heeft hij niet gedaan. De medische informatie die eiser na de hoorzitting heeft opgestuurd bevat geen nieuwe medische informatie die niet door de arts of psycholoog van Salude is meegewogen en kan dus niet tot een ander oordeel leiden.
6. Voor zover eiser aanvoert dat het college onvoldoende heeft geconcretiseerd welke activiteiten zouden moeten leiden tot arbeidsinschakeling en welke voorzieningen het college voor ogen heeft om de arbeidsinschakeling te bereiken kan dit niet tot een ander oordeel leiden. In het verweerschrift van 4 oktober 2024 heeft het college uiteengezet wat onder arbeidsinschakeling wordt verstaan. Hiermee heeft het college voldoende duidelijkheid verschaft.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is ongegrond. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.J. Waterbolk, rechter, in aanwezigheid van mr. F. Leichel, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 4 december 2025.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
2.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 19 maart 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:532.