ECLI:NL:RBMNE:2025:6160

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
14 november 2025
Publicatiedatum
17 november 2025
Zaaknummer
UTR 25/3132
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling van de arbeidsverplichtingen van eiseres in het kader van sociale activering door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht

Op 14 november 2025 heeft de Rechtbank Midden-Nederland uitspraak gedaan in de zaak tussen eiseres en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht. Eiseres, die sinds 1 juni 2020 een bijstandsuitkering ontvangt, is het niet eens met de beslissing van het college dat zij maximaal zes uur per week gebruik moet maken van een door het college aangeboden voorziening, waaronder sociale activering. Eiseres stelt dat zij niet in staat is om deze uren te werken vanwege haar psychische en lichamelijke klachten.

De rechtbank heeft het beroep van eiseres ongegrond verklaard. De rechtbank oordeelt dat het college op basis van het advies van [A] het besluit mocht nemen. Dit advies is zorgvuldig tot stand gekomen, bevat geen onjuistheden en is voldoende gemotiveerd. De rechtbank heeft vastgesteld dat de klachten van eiseres goed in kaart zijn gebracht en dat het advies van de arts, psycholoog en arbeidsdeskundige voldoende onderbouwing biedt voor de beslissing van het college.

Eiseres heeft geen medische stukken overgelegd die haar stelling ondersteunen dat zij niet in staat is om activiteiten buitenshuis te verrichten. De rechtbank concludeert dat het college de verplichting om voor maximaal zes uur per week gebruik te maken van de aangeboden voorziening terecht heeft opgelegd. Eiseres krijgt geen gelijk en het griffierecht wordt niet teruggegeven.

De uitspraak is openbaar gedaan en partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot hoger beroep. Eiseres kan binnen zes weken na verzending van de uitspraak een hogerberoepschrift indienen bij de Centrale Raad van Beroep.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/3132

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 november 2025 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [plaats] , eiseres

en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, het college
(gemachtigde: E.H. Siemeling).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de beslissing dat eiseres voor maximaal zes uur per week gebruik maakt van een door het college aangeboden voorziening, waaronder begrepen sociale activering. Eiseres is het hier niet mee eens en voert aan dat zij niet in staat is om zes uur per week vrijwilligerswerk te doen.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat college op basis van het advies van [A] het besluit mocht nemen. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiseres ontvangt sinds 1 juni 2020 een bijstandsuitkering. In overleg met eiseres heeft Werk en Inkomen besloten een medisch onderzoek aan te vragen bij [A] om vast te laten stellen of eiseres belastbaar is voor werk. [A] heeft vervolgens een arbeids- medisch belastbaarheidsonderzoek gedaan.
2.1.
Het college heeft op basis van het advies van [A] op 28 oktober 2024 besloten dat eiseres geen volledige vrijstelling krijgt van de arbeidsverplichtingen omdat zij in staat is om na een opbouw in uren, maximaal zes uur per week te werken of een traject te volgen. Deze verplichting geldt tot en met 27 oktober 2025. Eiseres heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt.
2.2.
Met het bestreden besluit van 11 maart 2025 op het bezwaar van eiseres heeft het college het besluit van 28 oktober 2024 gedeeltelijk herroepen. In het besluit van 28 oktober 2024 concludeert het college ten onrechte dat eiseres in staat zou zijn om zes uur
per week te werken. Het college stelt eiseres dan ook vrij van de verplichting om werk te zoeken. [1]
Wel geldt voor eiseres de verplichting om voor maximaal zes uur per week gebruik te maken van een door het college aangeboden voorziening waaronder begrepen sociale activering. [2]
2.3.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.4.
De rechtbank heeft het beroep op 30 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres en de gemachtigde van het college.

Beoordeling door de rechtbank

3. Het college heeft op basis van het advies van [A] vastgesteld dat voor eiseres de verplichting geldt om maximaal zes uur per week gebruik te maken van een door het college aangeboden voorziening, waaronder sociale activering.
4. De rechtbank moet beoordelen of het college het advies van [A] ten grondslag mocht leggen aan de besluitvorming. Het college mag het advies volgen als aan drie voorwaarden is voldaan. Het advies moet dan:
- op een zorgvuldige manier tot stand zijn gekomen;
- geen onjuistheden bevatten, en;
- voldoende begrijpelijk en gemotiveerd zijn. [3]
Als eiseres van mening is dat het advies niet aan deze voorwaarden voldoet, dan moet zij uitleggen waarom zij dat vindt. Als eiseres het niet eens is met de beoordeling van de artsen dan moet zij informatie van een andere arts inbrengen waaruit blijkt dat de beoordeling onjuist is.
5. De rechtbank oordeelt dat het advies van [A] aan alle daaraan te stellen eisen voldoet. Het advies is zorgvuldig tot stand gekomen, bevat geen tegenstrijdigheden en is begrijpelijk. De klachten van eiseres zijn zorgvuldig en goed in kaart gebracht en betrokken bij de medische beoordeling. Uit het rapport blijkt welk onderzoek er is gedaan en waarop de arts, de psycholoog en de arbeidsdeskundige hun conclusies hebben gebaseerd. De arts concludeert dat er door de beperkingen en de thuissituatie van eiseres op dit moment geen reële mogelijkheden zijn voor werk. De arts adviseert om eiseres laagdrempelig te activeren in vrijwilligerswerk/activiteiten, voor maximaal zes uur per week. Ook volgens de psycholoog is eiseres gebaat bij sociale activering waarbij ze meer in contact komt met anderen. De arbeidsdeskundige raadt sociale activering, zoals zwemmen, eveneens aan. Het advies is om passend vrijwilligerswerk te zoeken (waarbij rekening wordt gehouden met de beperkingen van eiseres) en de uren stapsgewijs op te bouwen tot maximaal zes uur per week. Het voorstel daarbij is om te starten met een keer per week zwemles en daarnaast eens per week als gastvrouw te werken.
6. Eiseres voert aan dat zij mentaal en lichamelijk niet in staat is om zes uur per week vrijwilligerswerk te doen. Zij heeft in het verleden veel meegemaakt, waardoor zij psychische en lichamelijke klachten heeft ontwikkeld. Ze slaapt slecht, kan zich niet concentreren, is angstig, heeft veel hoofdpijn en schouder en rugklachten. Ook is eiseres angstig voor andere mensen en heeft zij geen vertrouwen in anderen. Op de zitting heeft eiseres nog uitgelegd dat ze sociale activering buiten de deur niet aankan gelet op haar problemen. Zij ervaart een hoge drempel om buitenshuis activiteiten te verrichten en ze denkt dat ze niks voor anderen kan betekenen.
7. De rechtbank snapt dat eiseres dit zo voelt maar in het advies van [A] is helder uitgelegd en onderbouwd waarom eiseres baat kan hebben bij sociale activering. De psycholoog geeft aan dat eiseres een vermijdende coping stijl heeft en dat zij door sociale activering meer in contact komt met anderen zodat zij op die manier uit haar sociale isolement kan komen. Eiseres heeft geen (medische) stukken ingeleverd waarin staat vermeld dat zij niet in staat is om activiteiten buitenshuis te verrichten. Ter zitting heeft de gemachtigde van het college nog toegelicht dat het de bedoeling is dat eiseres in overleg met een werkcoach, werkmatcher of het buurteam start met bijvoorbeeld een half uur of één uur per week sociale activering/vrijwilligerswerk, om te kijken of dat lukt. Het gaat dus niet ineens, maar stapje voor stapje en in overleg met eiseres.
8. De rechtbank concludeert dat het college op basis van het advies van [A] mocht beslissen dat eiseres (met een opbouw in uren) zes uur per week gebruik maakt van een door het college aangeboden voorziening, waaronder begrepen sociale activering.

Conclusie en gevolgen

9. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Venderbosch, rechter, in aanwezigheid van
mr. N.R. Hoogenberk, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 14 november 2025.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a van de Participatiewet (Pw).
2.Artikel 9, eerste lid, aanhef en onder b, van de Pw.
3.Zie bv overweging 4.2. van de uitspraak van de CRvB van 19 maart 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:532.