ECLI:NL:CRVB:2018:1586
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Stehouwer
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ontheffing arbeidsverplichtingen op grond van Participatiewet
Appellante ontvangt sinds 2000 bijstand op grond van de Participatiewet en verzocht om tijdelijke ontheffing van haar arbeidsverplichtingen vanwege persoonlijke en medische omstandigheden, waaronder mantelzorg.
Het college van burgemeester en wethouders van Westland handhaafde het besluit tot voortzetting van de bijstand zonder ontheffing. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en in hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak.
De Raad oordeelt dat het college bevoegd was het besluit te nemen en dat appellante niet is geslaagd in de bewijslast voor dringende redenen die tijdelijke ontheffing rechtvaardigen. De zorgtaken en medische situatie van appellante vormen geen dringende reden. Daarnaast is het beroep op schijn van partijdigheid niet concreet onderbouwd.
Het hoger beroep wordt afgewezen en het verzoek tot vergoeding van schade wordt eveneens afgewezen. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het verzoek om ontheffing van arbeidsverplichtingen wordt niet toegewezen.