ECLI:NL:CRVB:2024:2437
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet-melding Poolse bankrekeningen
Appellant en zijn echtgenote ontvingen bijstand op grond van de Participatiewet. Na een strafrechtelijk onderzoek en veroordeling wegens drugshandel en uitkeringsfraude, trok het dagelijks bestuur de bijstand in en vorderde de kosten terug vanwege het niet melden van twee Poolse bankrekeningen.
Appellant stelde in hoger beroep dat hij alle benodigde bankgegevens had verstrekt om het recht op bijstand vast te stellen. De Raad oordeelde echter dat de overgelegde bankafschriften betrekking hadden op een andere bankrekening dan de niet-gemelde Poolse rekeningen, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld.
Het verzoek van appellant om alsnog gelegenheid te krijgen de ontbrekende bankafschriften te overleggen werd afgewezen omdat hij daartoe al ruimschoots in de gelegenheid was gesteld. De Raad bevestigde daarmee de eerdere uitspraak van de rechtbank en liet de intrekking en terugvordering van de bijstand in stand.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet-melding van twee Poolse bankrekeningen wordt bevestigd.