ECLI:NL:CRVB:2024:2428
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens hennepkwekerij ondanks onschuldpresumptie en bewijsvoering
Appellant ontving bijstand en bijzondere bijstand, maar het college trok deze in en vorderde terug vanwege het exploiteren van een hennepkwekerij in zijn woning, zonder dit te melden. Tevens werd een boete opgelegd en een nieuwe aanvraag afgewezen. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij onschuldig was voor de periode vóór de strafbeschikking en dat het bewijs onrechtmatig was verkregen.
De Raad oordeelde dat appellant strafrechtelijk veroordeeld is voor het telen van hennep op een specifieke datum, maar dat uit de stukken niet blijkt dat hij is vervolgd voor een strafbaar feit in de periode daarvoor. Er is geen sprake van een vrijspraak of gelijkgestelde sepot voor die eerdere periode, waardoor het beroep op de onschuldpresumptie faalt.
Verder is het college niet verplicht zelfstandig onderzoek te doen naar de rechtmatigheid van het via strafrechtelijk onderzoek verkregen bewijs en mocht het college afgaan op de politie-informatie. De vermeende onrechtmatigheid van het binnentreden in de woning is niet aangetoond en het bewijs is niet verkregen op een wijze die onaanvaardbaar is voor een behoorlijk handelende overheid.
De Raad vond de onderzoeksrapporten en indicatoren voldoende om aan te nemen dat er vóór de strafrechtelijke constatering een oogst heeft plaatsgevonden, ondanks betwisting door appellant. De opgelegde boete is proportioneel en passend bij de ernst van de overtreding.
Het hoger beroep werd afgewezen, de intrekking, terugvordering, boete en afwijzing van de aanvraag blijven in stand en appellant krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand, oplegging boete en afwijzing aanvraag wegens exploitatie hennepkwekerij zonder melding.