ECLI:NL:CRVB:2024:2034
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens ontbreken woonplaats in Rotterdam
Appellant diende een aanvraag om bijstand in bij de gemeente Rotterdam, waarbij hij stelde dakloos te zijn en in Rotterdam te verblijven met een briefadres bij een zorginstelling. Het college wees de aanvraag af omdat appellant zijn woonplaats niet in Rotterdam had. Appellant voerde aan dat hij wel degelijk in Rotterdam verbleef en dat andere gemeenten hem naar Rotterdam verwezen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en liet het besluit in stand. In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij in Rotterdam verbleef. Uit zijn eigen verklaring blijkt dat hij slechts 9 dagen in Rotterdam verbleef over een periode van 28 dagen en van de 33 pintransacties vonden slechts 6 in Rotterdam plaats.
De Raad benadrukt dat het recht op bijstand afhankelijk is van de woonplaats, welke wordt bepaald door het hoofdverblijf of het werkelijk verblijf bij ontbreken van een woning. Appellant kon dit niet overtuigend aantonen. De afwijzing blijft daarom terecht in stand en Rotterdam was niet verplicht bijstand te verlenen om een 'tussen wal en schip' situatie te voorkomen.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand is terecht afgewezen omdat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij werkelijk in Rotterdam verbleef.