ECLI:NL:CRVB:2024:1717
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toerekening WIA-voorschotten aan eigenrisicodrager is rechtsgeldig
In deze zaak stond centraal of het UWV de aan een werknemer betaalde WIA-voorschotten terecht mocht toerekenen aan een thuiszorgorganisatie als eigenrisicodrager. De Wet WIA werd per 1 januari 2022 gewijzigd, waarbij artikel 84, lid 3, een expliciete grondslag gaf voor het verhalen van WIA-voorschotten op eigenrisicodragers. De rechtbank had dit echter niet zo geïnterpreteerd en vernietigde het toerekeningsbesluit van het UWV.
Het UWV stelde in hoger beroep dat de wetswijziging wel degelijk een wettelijke basis biedt voor toerekening van voorschotten aan eigenrisicodragers. De Centrale Raad van Beroep volgde dit standpunt en oordeelde dat de toevoeging van de verhaalsbevoegdheid in artikel 84, lid 3, ook de bevoegdheid tot toerekening impliceert. De Raad wees verder bezwaren van de stichting af, waaronder strijd met het evenredigheidsbeginsel en het eigendomsrecht onder het EVRM.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep tegen het toerekeningsbesluit ongegrond, waardoor het besluit van het UWV in stand blijft. De proceskostenveroordeling van de rechtbank werd deels herzien. Hiermee bevestigde de Raad dat het UWV op grond van de gewijzigde wetgeving WIA-voorschotten aan eigenrisicodragers mag toerekenen.
Uitkomst: Het beroep tegen het toerekeningsbesluit wordt ongegrond verklaard; het UWV mag WIA-voorschotten aan eigenrisicodragers toerekenen.