ECLI:NL:CRVB:2025:57
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toerekening van WIA-voorschotten aan eigenrisicodrager gegrond verklaard
In deze zaak staat centraal of het UWV terecht de aan een werknemer van betrokkene betaalde voorschotten in het kader van de Wet WIA aan betrokkene als eigenrisicodrager heeft toegerekend. Betrokkene is eigenrisicodrager en maakte bezwaar tegen het toerekeningsbesluit van het UWV, dat voorschotten aan hem toerekende. De rechtbank vernietigde dit besluit wegens het ontbreken van een wettelijke grondslag na de wetswijziging per 1 januari 2022.
Het UWV stelde in hoger beroep dat artikel 84, derde lid, van de Wet WIA, gewijzigd per 1 januari 2022, wel een wettelijke grondslag biedt voor toerekening van voorschotten aan eigenrisicodragers. De Centrale Raad van Beroep volgde dit standpunt en oordeelde dat de toevoeging van de verhaalsbevoegdheid in artikel 84, derde lid, impliciet ook de bevoegdheid tot toerekening inhoudt. Dit is noodzakelijk om de verhaalsmogelijkheid niet zinledig te maken.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond. Het besluit van het UWV blijft daarmee in stand en de voorschotten mogen aan betrokkene worden toegerekend. De Raad wees tevens de proceskostenveroordeling en griffierechtvergoeding van de rechtbank af. De uitspraak bevestigt de wettelijke grondslag voor toerekening van WIA-voorschotten aan eigenrisicodragers na de wetswijziging per 1 januari 2022.
Uitkomst: Het hoger beroep van het UWV wordt gegrond verklaard en het toerekeningsbesluit blijft in stand.