Uitspraak
SAMENVATTING
PROCESVERLOOP
.
OVERWEGINGEN
35% arbeidsongeschikt wordt geacht.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene werkte als schoonmaakster en meldde zich ziek wegens lichamelijke en psychische klachten. Het UWV kende haar een Ziektewetuitkering toe, die later werd beëindigd omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. Na bezwaar en beroep werd de uitkering per 29 oktober 2018 beëindigd, waarbij verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen beperkingen vaststelden.
De rechtbank oordeelde dat van een werkgever niet in redelijkheid kan worden verlangd betrokkene in dienst te nemen vanwege haar hinderlijke manier van communiceren, die problemen veroorzaakt in sociale interacties op het werk. Het UWV was het hier niet mee eens en stelde dat betrokkene in staat is passende functies te verrichten, mede gelet op haar vrijwilligerswerk.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde het oordeel van de rechtbank dat de communicatieproblemen van betrokkene een redelijke grond vormen om haar niet in dienst te nemen. Tevens werd het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn gehonoreerd, waarbij de Staat werd veroordeeld tot een vergoeding van € 2.500,-. Daarnaast werden proceskosten en griffierecht toegewezen aan betrokkene.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering en wijst het hoger beroep van het UWV af.