ECLI:NL:CRVB:2024:1319
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek bijstand met terugwerkende kracht wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellant heeft zich op 18 april 2020 in een gemeente ingeschreven en wilde bijstand ontvangen vanaf die datum. Hij diende de aanvraag echter pas in op 20 mei 2020 en vroeg om bijstand met terugwerkende kracht vanaf 18 april 2020. Het college kende bijstand toe vanaf 11 mei 2020, de datum van melding, en weigerde een eerdere ingangsdatum wegens het ontbreken van bijzondere omstandigheden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en liet het besluit in stand. Appellant ging in hoger beroep en voerde aan dat persoonlijke problemen en een DigiD-probleem hem verhinderden zich eerder te melden. De Raad beoordeelde deze gronden en concludeerde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij door zijn persoonlijke omstandigheden of DigiD-problemen niet eerder kon melden of dat hij zijn begeleider of bewindvoerder niet kon inschakelen.
De Raad benadrukte dat het op de aanvrager zelf rust om tijdig een aanvraag te doen of contact op te nemen met het college bij problemen. Het ontbreken van een papieren aanvraagmogelijkheid op de website en de extra sms-verificatie vormden geen bijzondere omstandigheden. Daarom werd het hoger beroep afgewezen en bleef de ingangsdatum van de bijstand 11 mei 2020.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de bijstand wordt toegekend vanaf 11 mei 2020 zonder terugwerkende kracht.