ECLI:NL:CRVB:2024:1301
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- E. Dijt
- M.E. Fortuin
- B. Serno
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om schadevergoeding wegens verlaging WAO-uitkering en rechtmatigheid besluit
Appellant ontvangt sinds 1997 een WAO-uitkering die aanvankelijk was vastgesteld op 25-35% arbeidsongeschiktheid. Na een herbeoordeling verhoogde het UWV in 2019 de uitkering naar 80-100%, maar bij besluit van 28 september 2020 werd deze weer verlaagd naar 35-45%. Appellant verzocht om schadevergoeding wegens deze verlaging, onder meer vanwege terugvorderingen en kosten.
De rechtbank wees het verzoek om schadevergoeding af omdat het besluit niet onrechtmatig was en er geen oorzakelijk verband bestond tussen de gestelde schade en het besluit, conform artikel 8:88 van Pro de Awb. Appellant stelde in hoger beroep dat het UWV het verbod van reformatio in peius had geschonden en dat de uitlooptermijn onjuist was toegepast.
De Raad oordeelde dat het besluit van 28 september 2020 in lijn is met vaste rechtspraak en dat het verbod van reformatio in peius niet in de weg staat aan verlaging van de uitkering per toekomende datum. Ook was de uitlooptermijn adequaat. Omdat het besluit rechtmatig is, bestaat geen grondslag voor schadevergoeding. Het hoger beroep en het aanvullende verzoek worden afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen omdat het besluit van 28 september 2020 rechtmatig is.