Uitspraak
19.4878 WMO15, 19/5055 WMO15-VV
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening af.
Centrale Raad van Beroep
Verzoeker diende op 14 februari 2013 een aanvraag in bij het college van burgemeester en wethouders van Amersfoort voor vergoeding van verhuis- en inrichtingskosten op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO). Deze aanvraag werd bij besluiten van 25 juni en 10 december 2013 afgewezen. Na eerdere procedures werd het besluit van 25 juni 2013 herroepen en een verhuiskostenvergoeding toegekend.
Verzoeker stelde vervolgens dat hij schade had geleden doordat het college geen medische urgentie had toegekend, waardoor hij gedwongen was te verhuizen en geen geschikte goedkope woning kon betrekken. Het college verklaarde het verzoek om schadevergoeding niet-ontvankelijk, maar verklaarde het bezwaar gegrond en wees het verzoek alsnog af. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat het verband tussen de schade en het besluit niet was aangetoond.
In hoger beroep heeft de voorzieningenrechter overwogen dat het recht van vóór 1 juli 2013 van toepassing is en dat voor vergoeding vereist is dat de schade in een zodanig verband staat met het onrechtmatig besluit dat deze als gevolg daarvan kan worden toegerekend. Verzoeker heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat het afwijzen van de vergoeding voor verhuis- en inrichtingskosten de oorzaak is van de gestelde schade, die vooral samenhangt met het niet verlenen van een medische urgentie.
Daarom wordt het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om schadevergoeding en voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van oorzakelijk verband.