ECLI:NL:CRVB:2024:1004
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing subsidieaanvraag NOW-2 wegens overschrijding aanvraagtermijn bevestigd
In deze zaak staat de aanvraag van subsidie op grond van de tweede tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid (NOW-2) centraal. Betrokkene B.V. 1 diende haar aanvraag buiten de gestelde termijn in, waarna de minister deze aanvraag afwees. De rechtbank oordeelde dat de minister in strijd met het evenredigheidsbeginsel had gehandeld door geen herstelmogelijkheid te bieden, maar de Raad vernietigt deze uitspraak.
De Raad stelt vast dat betrokkene B.V. 2 geen belanghebbende is bij het bestreden besluit en verklaart het beroep van deze partij niet-ontvankelijk. Voor betrokkene B.V. 1 oordeelt de Raad dat de aanvraagtermijn strikt moet worden toegepast en dat de minister terecht de aanvraag heeft afgewezen. De Raad benadrukt dat het verlenen van NOW-subsidie een gebonden bevoegdheid betreft en dat artikel 4:29 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een dwingendrechtelijke regeling is die geen subsidieverlening na afloop van de subsidieperiode toestaat.
De Raad overweegt dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die een uitzondering op de strikte toepassing van de aanvraagtermijn rechtvaardigen. Het feit dat de minister voor NOW-1 een hersteltermijn bood, betekent niet dat dit ook voor NOW-2 verplicht was. De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank voor zover deze in het voordeel van betrokkene B.V. 1 oordeelde, verklaart het beroep van betrokkene B.V. 2 niet-ontvankelijk en het beroep van betrokkene B.V. 1 ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene B.V. 2 wordt niet-ontvankelijk verklaard en het beroep van betrokkene B.V. 1 ongegrond verklaard wegens overschrijding van de aanvraagtermijn voor NOW-2 subsidie.