ECLI:NL:CRVB:2023:577

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
29 maart 2023
Publicatiedatum
29 maart 2023
Zaaknummer
22/2089 WAO-VV-W2
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:15 AwbArt. 8:18 AwbArt. 8:108 Awb
Verwijzingen
8 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beslissing op verzoek om wraking wegens niet horen deskundige in hoger beroep sociale zekerheidsrecht

Verzoeker heeft in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep verzocht om herziening van eerdere uitspraken en daarbij een deskundige, bedrijfsarts Roeloffs, te horen. De behandelend rechter besloot Roeloffs niet te horen, waarop verzoeker een wrakingsverzoek indiende. Dit verzoek werd door de wrakingskamer afgewezen omdat het verzoek voorwaardelijk was en de Awb geen ruimte biedt voor voorwaardelijke wraking.

Verzoeker kondigde aan de behandelend rechter opnieuw te zullen wraken indien Roeloffs niet werd gehoord, wat door de Raad werd gezien als misbruik van het wrakingsmiddel. Op grond van artikel 8:18, vierde lid, Awb, besloot de Raad dat een volgend wrakingsverzoek van verzoeker niet in behandeling wordt genomen.

De beslissing benadrukt het belang van het waarborgen van onpartijdigheid zonder misbruik van procedurele middelen en bevestigt de grenzen van het wrakingsrecht binnen bestuursrechtelijke procedures.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt niet in behandeling genomen en een volgend verzoek om wraking wordt eveneens niet in behandeling genomen wegens misbruik van het wrakingsmiddel.

Uitspraak

22/2089 WAO-VV-W2, 22/2567 WAO-VV-W2
Datum beslissing: 29 maart 2023
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
Beslissing op het verzoek om wraking gedaan door
[verzoeker] te [woonplaats] (verzoeker)
PROCESVERLOOP
Verzoeker heeft verzocht om herziening van de uitspraken van de Raad van 20 juni 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:2015 en 21 april 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:1076. Verzoeker heeft daarbij verzoeken om een voorlopige voorziening ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 januari 2023. H.G. Rottier was daarbij de behandelend rechter. De behandelend rechter heeft besloten de door verzoeker meegebrachte deskundige, bedrijfsarts Roeloffs, niet te horen.
Verzoeker heeft ter zitting een verzoek om wraking tegen de behandelend rechter ingediend. Bij brieven van 19 januari 2023, 30 januari 2023, 13 februari 2023 en 20 februari 2023 en op de zitting van 28 februari 2023 heeft verzoeker zijn verzoek nader toegelicht.
De wrakingskamer van de Raad heeft het verzoek bij beslissing van 6 maart 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:413, afgewezen.
Verzoeker heeft op 10 maart 2023 opnieuw verzocht om Roeloffs te horen op zitting. De Raad heeft dit verzoek bij brief van 15 maart 2023 afgewezen.
Verzoeker heeft hierop met zijn brief van 15 maart 2023 te kennen gegeven dat hij de behandelend rechter zal wraken als Roeloffs niet zal worden opgeroepen voor de zitting.

OVERWEGINGEN

1.1.
Artikel 8:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen, kan worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
1.2.
Artikel 8:18, vierde lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat de bestuursrechter in geval van misbruik kan bepalen dat een volgend verzoek niet in behandeling wordt genomen.
1.3.
De artikelen 8:15 en 8:18 van de Awb zijn op grond van artikel 8:108, eerste lid, van de Awb op het hoger beroep van overeenkomstige toepassing.
2.1.
Verzoeker voert aan dat bij weigeren van het oproepen van Roeloffs voor de zitting sprake is van rechtsbelemmeringen en dat hij dan de behandelend rechter wederom zal wraken.
2.2.
De Raad stelt vast dat het verzoek van verzoeker een voorwaardelijk geformuleerd wrakingsverzoek betreft. De Awb voorziet niet in de mogelijkheid tot het doen van een voorwaardelijk wrakingsverzoek (zie de beslissing van 23 november 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:2919). Dit betekent dat het verzoek geen wrakingsverzoek is in de zin van artikel 8:15 van Pro de Awb. Daarom kan het verzoek niet als wrakingsverzoek in behandeling worden genomen.
3. De wrakingskamer heeft in de beslissing van 6 maart 2023 geoordeeld dat de beslissing van de behandelend rechter om Roeloffs niet te horen niet kan leiden tot wraking. Doordat verzoeker heeft aangekondigd dat hij de behandelend rechter opnieuw zal wraken als Roeloffs niet zal worden gehoord op de zitting, heeft verzoeker blijk gegeven van misbruik van het wrakingsmiddel. De Raad ziet dan ook aanleiding om op grond van artikel 8:18, vierde lid, van de Awb te bepalen dat een volgend verzoek van verzoeker om wraking in de betrokken zaken niet in behandeling wordt genomen.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep
- bepaalt dat het verzoek niet in behandeling wordt genomen;
- bepaalt dat een volgend verzoek om wraking van verzoeker in de betrokken zaken niet in behandeling wordt genomen.
Deze beslissing is gegeven door E.J.M. Heijs als voorzitter en E.C.E. Marechal en J.J. Janssen als leden, in tegenwoordigheid van R.L. Rijnen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 29 maart 2023.
De griffier De voorzitter
(getekend) R.L. Rijnen (getekend) E.J.M. Heijs
Voor eensluidend afschrift
de griffier van de
Centrale Raad van Beroep