Verzoeker heeft in hoger beroep een voorwaardelijk wrakingsverzoek ingediend tegen de behandelend rechters van de Centrale Raad van Beroep in een sociale zekerheidszaak. Het verzoek is gedaan naar aanleiding van een zitting op 26 oktober 2021 en bevat geen concrete feiten of omstandigheden die de onpartijdigheid van de rechters in gevaar brengen.
De Raad stelt vast dat de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geen mogelijkheid biedt voor een voorwaardelijk wrakingsverzoek. Jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en het College van Beroep voor het bedrijfsleven bevestigt dit standpunt. Hoewel de Hoge Raad heeft overwogen dat een wrakingsverzoek afhankelijk kan worden gesteld van een andere beslissing, is dat hier niet van toepassing.
Daarom wordt het verzoek niet als wrakingsverzoek in behandeling genomen en afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De beslissing is uitgesproken door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 23 november 2021.