ECLI:NL:CRVB:2023:429
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep in WIA-zaak
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft het UWV het hoger beroep ingetrokken tegen een eerdere uitspraak van de rechtbank Gelderland in een WIA-zaak. De betrokkene verzocht om integrale vergoeding van de gemaakte kosten in bezwaar, beroep en hoger beroep. De Raad heeft overwogen dat bij intrekking van het hoger beroep het bestuursorgaan op verzoek van een partij kan worden veroordeeld in de proceskosten.
De Raad heeft het verzoek tot integrale vergoeding van proceskosten afgewezen, omdat reeds vergoedingen waren toegekend voor bezwaar en beroep en de gemaakte kosten in hoger beroep niet uitzonderlijk hoog waren. De forfaitaire regeling uit het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) werd als uitgangspunt genomen. De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van €1.674 voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep.
De gewijzigde beslissing op bezwaar van het UWV wordt gezien als uitvoering van de rechtbankuitspraak en staat ter beoordeling bij de rechtbank indien betrokkene bezwaar heeft. De Raad bevestigde tevens dat het griffierecht reeds door het UWV is vergoed. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 8 maart 2023.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van €1.674 aan proceskosten voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep.