ECLI:NL:CRVB:2023:1216
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling eerdere ingangsdatum IVA-uitkering wegens volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid
Appellant, die sinds 4 juli 2012 volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is, kreeg aanvankelijk een IVA-uitkering toegekend met ingang van 23 juli 2018, 52 weken voorafgaand aan het spreekuur van de verzekeringsarts in 2019. Appellant betwistte deze ingangsdatum en stelde dat zijn arbeidsongeschiktheid al vanaf 2012 bestond en dat het UWV ten onrechte niet eerder een herbeoordeling had uitgevoerd.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat er geen bijzonder geval was om van de wettelijke termijn van 52 weken terug te wijken. In hoger beroep bevestigde het UWV dat het recht op uitkering ambtshalve was vastgesteld en dat de ingangsdatum niet eerder kon zijn dan 52 weken voorafgaand aan de vaststelling.
De Raad oordeelde dat het UWV terecht de ingangsdatum koppelde aan het spreekuur van 22 juli 2019, maar erkende dat het UWV onvoldoende adequaat had gereageerd op een concreet signaal van een arbeidsdeskundige in september 2018. Daarom achtte de Raad een eerdere ingangsdatum van 27 september 2017, 52 weken voorafgaand aan dat gesprek, passend.
Het beroep op het gelijkheidsbeginsel slaagde niet vanwege onvoldoende vergelijkbare gevallen. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen omdat de schade niet samenhing met het vernietigde besluit. De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Appellant heeft recht op een IVA-uitkering met ingang van 27 september 2017.