ECLI:NL:CRVB:2022:661
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- B.J. van der Griend
- J.C.F. Talman
- K.H. Sanders
- Rechtspraak.nl
Beoordeling en beëindiging opleiding rechter in opleiding bevestigd door Centrale Raad van Beroep
Appellant was vanaf 1 oktober 2017 werkzaam als rechter in opleiding en volgde een opleiding bij verschillende leerwerkomgevingen. Tussentijdse beoordelingen waren voldoende, maar de eindbeoordeling van 9 maart 2020 was onvoldoende, met kritische beoordelingscriteria 21 en 59 beoordeeld als 'zwak'. Verweerder stelde de beoordeling vast en verklaarde het bezwaar van appellant ongegrond.
Appellant voerde aan dat de negatieve beoordelingen onvoldoende waren onderbouwd, met name op de kritische criteria 21 en 59, en wees op een gebrekkige opleidingssituatie. De Raad oordeelde dat de toetsing beperkt is tot de vraag of de beoordeling op voldoende gronden berust en dat het bestuursorgaan negatieve oordelen met concrete feiten moet onderbouwen.
De Raad concludeerde dat de wisselende prestaties van appellant en de onderbouwing van de kritische criteria voldoende waren. Ook de gebrekkige opleidingssituatie kon het oordeel niet ondermijnen. De Raad bevestigde dat een rechter in opleiding zich ook onder moeilijke omstandigheden moet kunnen ontwikkelen tot het vereiste niveau.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van de opleiding bleef in stand. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen de onvoldoende eindbeoordeling en het besluit tot beëindiging van de opleiding is ongegrond verklaard.