ECLI:NL:CRVB:2022:221
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing persoonsgebonden budget voor assistentiehond wegens onvoldoende wetenschappelijke onderbouwing
Appellante, bekend met psychische klachten en fysieke beperkingen, verzocht om een persoonsgebonden budget voor begeleiding bij het opleiden van een assistentiehond. ROGplus wees dit verzoek af wegens onvoldoende wetenschappelijke onderbouwing van de effectiviteit van assistentiehonden bij het verbeteren van zelfredzaamheid en participatie.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat ROGplus bevoegd was en dat het onderzoek naar de effectiviteit van assistentiehonden niet overtuigend was. Appellante voerde in hoger beroep aan dat het besluit onbevoegd en onzorgvuldig was en dat nieuw wetenschappelijk onderzoek de effectiviteit bevestigt.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat ROGplus bevoegd was en dat het onderzoek voldoende zorgvuldig was. Hoewel er recente onderzoeken zijn die positieve effecten van assistentiehonden aangeven, ontbreekt nog een sluitende wetenschappelijke onderbouwing. De Raad wees het hoger beroep af en bevestigde de afwijzing van het persoonsgebonden budget.
Daarnaast oordeelde de Raad dat de redelijke termijn voor de procedure was overschreden en veroordeelde de Staat tot betaling van een schadevergoeding van €500 aan appellante wegens deze overschrijding.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van het persoonsgebonden budget voor een assistentiehond wordt bevestigd, met een schadevergoeding van €500 wegens overschrijding redelijke termijn.