ECLI:NL:CRVB:2018:2785
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergoeding PTSS-hulphond op grond van Wmo 2015 bevestigd
Appellante, bekend met borderline persoonlijkheidsstoornis en PTSS, vroeg een persoonsgebonden budget voor de kosten van aanschaf en training van een PTSS-hulphond om zelfstandig wonen mogelijk te maken.
Het college wees de aanvraag af omdat de hond een therapeutische functie heeft en de kosten onder de zorgverzekering vallen, niet onder de Wmo 2015. De rechtbank vernietigde dit besluit maar handhaafde de rechtsgevolgen, oordelend dat de hond primair een medisch doel dient.
In hoger beroep betoogde appellante dat de hond ook de zelfredzaamheid en participatie bevordert en dat de hardheidsclausule toegepast had moeten worden. De Raad oordeelde dat appellante voldoende procesbelang heeft en bevestigde dat onvoldoende wetenschappelijk bewijs bestaat voor de effectiviteit van PTSS-hulphonden. Het college mocht daarom de aanvraag terecht afwijzen. De hardheidsclausule was niet van toepassing.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees de vergoeding af.
Uitkomst: De vergoeding voor de kosten van een PTSS-hulphond wordt afgewezen omdat onvoldoende is aangetoond dat deze beperkingen in zelfredzaamheid en participatie wegneemt.