Uitspraak
20.4328 WIA, 20/4372 WIA
12 november 2020, 19/6305 (aangevallen uitspraak)
OVERWEGINGEN
niet-ontvankelijk is in haar hoger beroep (vergelijk de uitspraak van de Raad van 24 februari 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:516).
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene was werkzaam als IT-specialist en meldde zich ziek vanwege verlamming, waarna hij een WGA-uitkering ontving. Na hervatting in aangepast werk en wijziging van de arbeidsovereenkomst, stelde het UWV de arbeidsongeschiktheid vast op 74,56% op basis van een praktische schatting van de feitelijk verrichte werkzaamheden en het daarbij behorende loon.
Werkgeefster stelde hoger beroep in, maar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat zij geen beroep bij de rechtbank had ingesteld. Betrokkene voerde aan dat de praktische schatting onjuist was vanwege sociaal loon en een witte ravenbaan, maar dit werd door de Raad verworpen. De werkzaamheden waren passend, duurzaam en werden ook door anderen verricht.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank dat de praktische schatting terecht was toegepast en dat de mate van arbeidsongeschiktheid correct was vastgesteld. Het hoger beroep van betrokkene werd afgewezen en het hoger beroep van werkgeefster niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van betrokkene wordt afgewezen en het hoger beroep van werkgeefster niet-ontvankelijk verklaard.