ECLI:NL:CRVB:2022:1621
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Onzorgvuldig medisch onderzoek bij beoordeling Ziektewetuitkering magazijnmedewerker
Appellant, werkzaam als magazijnmedewerker, meldde zich ziek met schouder- en psychische klachten en ontving een Ziektewetuitkering. Het UWV stelde op 15 september 2020 vast dat appellant geschikt was voor zijn laatst verrichte arbeid en beëindigde de uitkering. Appellant maakte bezwaar en voerde aan dat het medisch onderzoek onvoldoende zorgvuldig was, mede omdat het alleen telefonisch was uitgevoerd en geen lichamelijk onderzoek had plaatsgevonden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar in hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep anders. De Raad stelt vast dat het UWV onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de aard en zwaarte van de werkzaamheden en de beperkingen van appellant, mede omdat het medisch onderzoek beperkt bleef tot telefonisch contact terwijl appellant psychische en lichamelijke klachten had.
De Raad concludeert dat het UWV onvoldoende zicht had op de beperkingen van appellant op de datum in geding (16 september 2020). Het medisch onderzoek was onvoldoende gemotiveerd en daarmee niet zorgvuldig. De Raad draagt het UWV op binnen zes weken het onderzoek te herhalen, inclusief een lichamelijk en psychisch onderzoek, en daarbij ook informatie in te winnen bij de huisarts en eventueel specialisten. De resultaten moeten worden afgezet tegen de juiste maatstaf arbeid zoals vastgesteld door de arbeidsdeskundige.
Uitkomst: Het UWV wordt opgedragen het medisch onderzoek te herhalen en het besluit te herzien binnen zes weken.