ECLI:NL:CRVB:2022:136
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling afwijzing compensatieaanvraag wegens overschrijding termijn Tijdelijke Regeling
Appellante, een zelfstandige, diende een aanvraag in voor compensatie op grond van de Tijdelijke Regeling compensatie zelfstandigen, beroepsbeoefenaren en meewerkende echtgenoten bevallen tussen 7 mei 2005 en 4 juni 2008. De aanvraag werd te laat ingediend, namelijk na de uiterste datum van 30 september 2018. Het UWV wees de aanvraag af wegens deze overschrijding, en verklaarde het bezwaar van appellante ongegrond.
In hoger beroep voerde appellante aan dat de korte aanvraagtermijn in strijd was met het evenredigheidsbeginsel en dat haar ernstige gezondheidsklachten haar verhinderden tijdig te reageren. Tevens stelde zij dat het UWV onvoldoende rekening had gehouden met haar belangen. Het UWV handhaafde de afwijzing en lichtte de achtergronden van de regeling en de beoordeling van de termijnoverschrijding toe.
De Raad oordeelde dat de aanvraagtermijn van viereneenhalve maand niet onredelijk was en dat de regeling voldoende onder de aandacht was gebracht. Hoewel het UWV een buitenwettelijke begunstigende gedragslijn hanteerde om termijnoverschrijdingen te beoordelen, was in dit geval geen sprake van verschoonbare overschrijding. Ondanks de ernstige klachten van appellante kon zij tijdens de aanvraagperiode informatie tot zich nemen en was zij in staat een aanvraag te doen. De Raad bevestigde daarom de afwijzing van de aanvraag en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De afwijzing van de compensatieaanvraag wegens overschrijding van de aanvraagtermijn wordt bevestigd.