ECLI:NL:CRVB:2022:1185
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand zelfstandige wegens niet-levensvatbaar bedrijf
Appellant diende een aanvraag in voor algemene bijstand en bijstand ter voorziening in bedrijfskapitaal op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004) voor het starten van een onderneming gericht op exclusieve VIP-reizen. Het college wees de aanvraag aanvankelijk af wegens ontbrekende gegevens. Na bezwaar en nadere stukken werd de aanvraag inhoudelijk beoordeeld door een intern adviseur, die concludeerde dat het bedrijf niet levensvatbaar was.
Het college wees de aanvraag definitief af omdat appellant geen betalingsregeling had getroffen voor aanzienlijke schulden bij twee banken, waardoor zijn financiële situatie instabiel was en beslag op inkomsten mogelijk was. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat het college terecht het advies van de intern adviseur als deskundige heeft gevolgd en dat de beoordeling van levensvatbaarheid moest plaatsvinden op het moment van het bestreden besluit. Appellant kon niet aannemelijk maken dat de schuldeisers afzagen van invordering. Ook de stelling dat toelating tot schuldhulpverlening het bedrijf levensvatbaar zou maken, werd verworpen. De Raad wees het hoger beroep af en bevestigde het bestreden besluit.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand op grond van het Bbz 2004 is terecht afgewezen omdat het bedrijf niet levensvatbaar is.