Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
5 juni 2018 (bestreden besluit 4), heeft het college de aanvraag afgewezen.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, erkend als gemoedsbezwaarde en niet verzekerd voor ziektekosten, heeft meerdere aanvragen om bijzondere bijstand voor medische kosten ingediend bij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heeze en Leende. Deze aanvragen zijn door het college afgewezen op grond dat de Zorgverzekeringswet (Zvw) een toereikende en passende voorliggende voorziening biedt voor medische kosten van gemoedsbezwaarden.
De rechtbank verklaarde de beroepen tegen deze afwijzingen ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat hij wel een beroep kon doen op artikel 16 van Pro de Participatiewet (PW) wegens zeer dringende redenen en stelde dat er sprake was van verboden onderscheid tussen verzekerden en gemoedsbezwaarden. De Raad oordeelde dat de Zvw inderdaad een passende voorliggende voorziening is en dat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake was van een acute noodsituatie die bijstandsverlening noodzakelijk maakte.
De Raad vernietigde de aangevallen uitspraak 1 omdat de rechtbank ten onrechte oordeelde dat appellant zich niet kon beroepen op artikel 16 PW Pro, maar verklaarde het beroep tegen het bestreden besluit inhoudelijk ongegrond. De overige aangevallen uitspraken werden bevestigd. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: De bijzondere bijstand voor medische kosten wordt afgewezen wegens het ontbreken van een acute noodsituatie en omdat de Zorgverzekeringswet een passende voorliggende voorziening is.