Uitspraak
18.5453 WW
OVERWEGINGEN
BESLISSING
het dagloon is vastgesteld op € 85,35;
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante was werkzaam als verzorgende met een min/max contract en kreeg een WW-uitkering toegekend door het UWV. Het dagloon werd aanvankelijk vastgesteld op €79,05, later op €85,35 na bezwaar. De rechtbank vernietigde dit besluit deels, maar oordeelde dat het vakantieverlof niet als verlof in de zin van het Dagloonbesluit kon worden aangemerkt omdat er geen overeenkomst was over het niet verrichten van arbeid.
In hoger beroep stelde appellante dat zij wel een overeenkomst had over vakantieverlof en dat het UWV ten onrechte geen rekening hield met het lagere loon tijdens deze verlofperiode en met de opgebouwde vakantietoeslag. De Raad oordeelde dat er inderdaad sprake was van verlof conform het Dagloonbesluit, omdat werkgever en werknemer overeenstemming hadden bereikt over de vakantieperiode.
Verder werd vastgesteld dat het loon in het refertejaar inclusief vakantietoeslag €24.236,04 bedroeg, wat leidde tot een dagloon van €94,05. Het bestreden besluit werd vernietigd en de Raad stelde zelf het dagloon vast. Het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het dagloon wordt vastgesteld op €94,05 en het bestreden besluit van het UWV wordt vernietigd.