In deze zaak heeft verzoeker een informatieverzoek ingediend op grond van art. 1:377c BW om informatie over zijn zoon te verkrijgen. Tijdens het hoger beroep heeft verzoeker twee raadsheren van het hof gewraakt. De wrakingskamer verklaarde het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk omdat het niet door een advocaat was ingediend en verzoeker dit verzuim niet had hersteld.
Verzoeker stelde vervolgens een verwijzingsverzoek naar een ander hof en kondigde een wrakingsverzoek aan indien dat werd afgewezen. Het hof wees het verwijzingsverzoek af en besloot ook op het informatieverzoek. Verzoeker klaagde dat de wrakingskamer ten onrechte niet op zijn wrakingsverzoek had beslist. De wrakingskamer nam alsnog een beslissing en verklaarde het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk zonder herstelmogelijkheid.
De Hoge Raad oordeelde dat de behandeling van de procedure vanaf het moment van het verwijzingsverzoek geschorst had moeten worden vanwege het wrakingsverzoek. Bovendien had de wrakingskamer verzoeker de gelegenheid moeten bieden het verzuim te herstellen. De Hoge Raad vernietigde daarom de beschikking van het hof Den Haag en verwees de zaak naar het hof Amsterdam voor verdere behandeling en beslissing.