ECLI:NL:CBB:2021:475
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot wraking wegens vermeende vooringenomenheid afgewezen wegens voorwaardelijkheid
Verzoekers dienden een brief in bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven waarin zij een wrakingsverzoek indienden tegen de raadsheren die hun hoger beroep behandelen. Het verzoek was voorwaardelijk gesteld en gebaseerd op de vrees voor vooringenomenheid indien het College een uitspraak zou doen die afwijkt van hun standpunt.
Het College beoordeelde dat het verzoek geen concrete feiten of omstandigheden bevatte die de onpartijdigheid van de rechters zouden aantasten. Volgens artikel 8:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een wrakingsverzoek alleen ontvankelijk indien het gebaseerd is op feiten die de onpartijdigheid aantonen. Een voorwaardelijk wrakingsverzoek is niet voorzien in de Awb en kan daarom niet worden behandeld.
Het College verwees naar eerdere jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State die dit bevestigt. Gelet hierop werd het verzoek buiten behandeling gesteld. De beslissing werd op 26 april 2021 in het openbaar uitgesproken. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek tot wraking wordt buiten behandeling gesteld omdat het een voorwaardelijk wrakingsverzoek betreft zonder concrete feiten.