ECLI:NL:CRVB:2021:2012
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering Wajong-uitkering wegens schending inlichtingenplicht
Appellant ontving vanaf 2016 een Wajong-uitkering. Naar aanleiding van anonieme meldingen startte het Uwv een onderzoek naar mogelijke inkomsten uit autohandel via Marktplaats. Uit het onderzoek bleek dat appellant tussen mei 2016 en februari 2017 49 advertenties plaatste voor uiteenlopende goederen, waaronder auto-onderdelen en sieraden.
Het Uwv trok de uitkering over deze periode in en vorderde €11.487,19 terug omdat appellant zijn inlichtingenplicht schond door deze handelsactiviteiten niet te melden. Tevens legde het Uwv een boete op wegens deze schending. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat het verrichten van op geld waardeerbare activiteiten gemeld moet worden, ongeacht of daadwerkelijk inkomsten werden genoten.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij geen inkomsten had en slechts incidenteel handelde, deels voor derden, en dat zijn psychische problemen de schending niet verwijtbaar maakten. De Raad verwierp deze bezwaren, bevestigde dat de inlichtingenplicht objectief is en dat het Uwv aannemelijk had gemaakt dat appellant deze had geschonden. De boete werd verlaagd vanwege draagkracht. De Raad bevestigde de intrekking en terugvordering van de uitkering en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van de Wajong-uitkering wegens schending van de inlichtingenplicht.