ECLI:NL:CRVB:2021:1972
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste vaststelling maatmaninkomen bij WIA-uitkering ondanks cao-loonsverhogingen
Appellante, die sinds 2012 ziekgemeld is en een gedeeltelijke WIA-uitkering ontvangt, voerde aan dat het maatmaninkomen onjuist was vastgesteld omdat het niet werd aangepast aan cao-loonsverhogingen in haar eigen functie. Het UWV had het maatmaninkomen bij herziening slechts geïndexeerd conform artikel 8, tweede lid, van het Schattingsbesluit, zonder verdere aanpassing.
De rechtbank Limburg had het beroep van appellante ongegrond verklaard en de Centrale Raad van Beroep onderschrijft dit oordeel. De Raad overweegt dat het maatmaninkomen bij herziening niet wordt aangepast aan feitelijke loonontwikkelingen, behalve door indexering zoals wettelijk voorgeschreven. Appellante werkte parttime in haar oorspronkelijke functie en haar hogere inkomsten zijn uitsluitend het gevolg van cao-loonsverhogingen.
De Raad concludeert dat er geen reden is voor een maatmanwisseling of andere correctie van het maatmaninkomen. Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de vaststelling van het maatmaninkomen door het UWV bevestigd.