ECLI:NL:CRVB:2021:1699
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek terugkomen op WIA-uitkeringsbesluit wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellante verzocht het UWV om terug te komen op het besluit van 4 november 2013 waarin haar aanvraag voor een WIA-uitkering werd afgewezen wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid. Het UWV wees dit verzoek af op grond van artikel 4:6, tweede lid, Awb, omdat geen nieuwe feiten of omstandigheden waren aangevoerd die het eerdere besluit konden wijzigen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en bevestigde dat de medische stukken die appellante overlegd had, geen nieuwe feiten bevatten die relevant waren voor de datum van het oorspronkelijke besluit. In hoger beroep voerde appellante aan dat nieuwe medische informatie, waaronder gesprekken met artsen in 2021, nieuwe feiten vormden die niet eerder konden worden ingebracht.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de stukken die appellante in hoger beroep aanvoerde, dateren van na het bestreden besluit en daarom buiten beschouwing blijven. Het hof volgde de rechtbank in haar oordeel dat het UWV terecht heeft geoordeeld dat geen sprake is van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV wordt bevestigd.