ECLI:NL:CRVB:2021:1639
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing hoger beroep over overuren bij overname loonverplichtingen wegens faillissement werkgever
Appellant was werkzaam als chauffeur totdat zijn werkgever failliet werd verklaard en de arbeidsovereenkomst werd opgezegd. Hij verzocht het UWV om overname van loonverplichtingen wegens betalingsonmacht van de werkgever, waarbij hij stelde dat overwerk vanaf november 2016 onbetaald was gebleven.
Het UWV kende een uitkering toe op basis van het aantal gewerkte uren volgens de polisadministratie, inclusief overuren, maar appellant maakte bezwaar omdat hij vond dat te weinig overuren waren meegenomen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond vanwege onvoldoende bewijs van appellant.
In hoger beroep handhaafde appellant zijn standpunt en overlegde een door een deskundige gemaakte berekening van overuren, gebaseerd op ritlijsten en tachograafgegevens. De Raad concludeerde echter dat deze berekening geen nieuwe inzichten gaf en dat de gegevens uit de polisadministratie, die overeenkomen met salarisspecificaties, als juist mogen worden aangenomen.
De Raad benadrukte dat vorderingen die niet concreet en aan gerede twijfel onderhevig zijn, niet in aanmerking worden genomen. De discussie over de interpretatie van tachograafgegevens en rusttijden leidde niet tot bewijs dat de polisadministratie onjuist was. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.