ECLI:NL:CRVB:2021:1265
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift niet-ontvankelijk wegens overlijden betrokkene voor ingangsdatum maatwerkvoorziening
De zaak betreft een hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank Overijssel waarin het bezwaar van appellanten tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Twenterand niet-ontvankelijk werd verklaard. Het bezwaar betrof een maatwerkvoorziening huishoudelijke ondersteuning op grond van de Wmo 2015, die was toegekend voor een periode die begon na het overlijden van betrokkene.
De rechtbank oordeelde dat het bezwaar geen procesbelang had omdat betrokkene al was overleden vóór de ingangsdatum van de maatwerkvoorziening, waardoor het bezwaar geen inhoudelijke wijziging van het besluit kon bewerkstelligen. Ook een verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen omdat het primaire besluit niet was herroepen.
Appellanten voerden aan dat er wel procesbelang was vanwege het ontbreken van een deugdelijke onderbouwing en de gemaakte kosten, en verzochten om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. De Raad overwoog dat procesbelang vereist is dat het beoogde resultaat daadwerkelijk kan worden bereikt en dat een louter formeel of principieel belang onvoldoende is.
De Raad bevestigde dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk was verklaard en wees het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn af, aangezien de totale procedureduur minder dan vier jaar bedroeg. De aangevallen uitspraak werd bevestigd met verbetering van de gronden.
Uitkomst: Het bezwaar werd terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang en het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn werd afgewezen.