ECLI:NL:CRVB:2020:834
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.T.H. Zimmerman
- M.F. Wagner
- M. ter Brugge
- Rechtspraak.nl
Beëindiging bijstand wegens niet gemelde gezamenlijke huishouding en onrechtmatig huisbezoek
Appellante ontving bijstand als alleenstaande ouder, maar het college beëindigde deze omdat zij niet had gemeld dat zij een gezamenlijke huishouding voerde met haar ex-echtgenoot X. Na anonieme meldingen en onderzoek, waaronder huisbezoeken en waarnemingen, concludeerde het college dat X zijn hoofdverblijf had op het uitkeringsadres.
De rechtbank oordeelde dat het eerste huisbezoek onrechtmatig was, maar dat de latere waarnemingen en het tweede huisbezoek wel als grondslag konden dienen voor beëindiging van de bijstand. Appellante stelde in hoger beroep dat gegevens verkregen na het onrechtmatige huisbezoek verboden vruchten waren en dat het tweede huisbezoek onrechtmatig was wegens gebrek aan informed consent.
De Raad verwierp het beroep op verboden vruchten en oordeelde dat het tweede huisbezoek weliswaar onrechtmatig was vanwege het ontbreken van informed consent, maar dat dit niet tot schadevergoeding leidt omdat de beëindiging van de bijstand op andere rechtmatige gronden berustte. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het verzoek om schadevergoeding en wettelijke rente af.
Uitkomst: Beëindiging bijstand bevestigd ondanks onrechtmatig huisbezoek; geen schadevergoeding toegekend.