Appellant ontvangt sinds 1990 een WAO-uitkering en verricht sinds 2008 werkzaamheden als zelfstandig taxichauffeur. Het UWV heeft de fictieve arbeidsongeschiktheidsklasse van appellant over meerdere jaren vastgesteld op basis van de fiscale winst, inclusief fiscale bijtelling voor privégebruik auto, en heeft onverschuldigd betaalde uitkering teruggevorderd.
Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar het bezwaar werd afgewezen. De rechtbank oordeelde dat appellant zijn inlichtingenverplichting had geschonden door het niet melden van inkomsten uit arbeid, waardoor het UWV verplicht was de uitkering te herzien en terug te vorderen. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de fiscale bijtelling een bijzonder geval vormde en dat hij het UWV jaarlijks had geïnformeerd via controleformulieren, maar deze gronden werden verworpen.
De Raad bevestigt dat de fiscale winst inclusief bijtelling als inkomsten uit arbeid geldt en dat appellant redelijkerwijs had moeten begrijpen dat deze inkomsten van invloed waren op zijn uitkering. Het niet melden van deze inkomsten rechtvaardigt de terugvordering met terugwerkende kracht. Daarnaast is de redelijke termijn voor de procedure met zes maanden overschreden, waardoor een schadevergoeding van €500,- wordt toegekend, gelijk verdeeld tussen de Staat en het UWV. Ook worden proceskosten van €525,- toegewezen en gelijk verdeeld.