ECLI:NL:CRVB:2020:447
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens gezamenlijke huishouding zonder zorgbehoefte
Appellant 1 diende een aanvraag bijstand in, die door het college werd afgewezen omdat hij en appellant 2 een gezamenlijke huishouding voeren. Het college wijzigde de bijstand van appellant 2 naar gehuwdennorm en vorderde later teveel ontvangen bijstand terug vanwege inkomsten van appellant 1.
De Raad oordeelde dat appellanten weliswaar samenwonen en zorg voor elkaar dragen, maar geen sprake is van zorgbehoefte zoals bedoeld in de Participatiewet. De wederzijdse zorg oversteeg de grenzen van een zakelijke relatie, waardoor een gezamenlijke huishouding werd vastgesteld.
Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat het college geen toezegging had gedaan dat de bijstand niet zou worden herzien of teruggevorderd. De Raad bevestigde de eerdere uitspraken en wees de beroepen af.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 25 februari 2020.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag wordt afgewezen wegens gezamenlijke huishouding zonder zorgbehoefte en de terugvordering van bijstand is terecht.