Uitspraak
19.4445 PW
OVERWEGINGEN
(a) betreffen inkomsten uit of in verband met arbeid, inkomsten uit vermogen, een premie als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdeel j, een kostenvergoeding als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdeel k, inkomsten uit verhuur, onderverhuur of het hebben van een of meer kostgangers, socialezekerheidsuitkeringen, uitkeringen tot levensonderhoud op grond van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, voorlopige teruggave of teruggave van inkomstenbelasting, loonbelasting, premies volksverzekeringen en inkomensafhankelijke bijdragen als bedoeld in artikel 43 van Pro de Zorgverzekeringswet,
dan wel naar hun aard met deze inkomsten en uitkeringen overeenkomen; en
(b) betrekking hebben op de periode waarover beroep op bijstand wordt gedaan.
BESLISSING
- vernietigt de aangevallen uitspraak;
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het besluit van 23 mei 2019 voor zover het de herziening en terugvordering betreft;
- herroept het besluit van 24 oktober 2018 in zoverre;
- veroordeelt het college in de kosten van appellant tot een bedrag van € 2.100,-;
- bepaalt dat het college aan appellant het door hem in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht van € 175,- vergoedt.