ECLI:NL:CRVB:2020:2891
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing Wajong-uitkering wegens niet-duurzaam ontbreken arbeidsvermogen
Appellante vroeg op 24 augustus 2015 een Wajong-uitkering aan wegens psychische klachten. Het UWV wees de aanvraag af omdat het arbeidsvermogen niet duurzaam ontbrak. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat appellante op haar achttiende verjaardag geen duurzaam arbeidsvermogen ontbeerde, mede omdat zij nooit een adequate behandeling had gehad en zij in 2006 enige tijd had gewerkt.
In hoger beroep voerde appellante aan dat het ontbreken van arbeidsvermogen wel duurzaam was en dat de verzekeringsarts ten onrechte had geoordeeld dat zij geen adequate behandeling had gehad. Zij verzocht ook om een onafhankelijk deskundige en een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
De Raad volgde het UWV en de rechtbank en oordeelde dat het standpunt van de verzekeringsarts voldoende gemotiveerd was. De Raad stelde vast dat cognitieve gedragstherapie en EMDR nog ingezet konden worden en dat het arbeidsvermogen dus niet duurzaam ontbrak op de achttiende verjaardag. Ook was er geen aaneengesloten periode van tien jaar zonder arbeidsvermogen. Wel werd een schadevergoeding van €1.000 toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraak, wees het verzoek om een onafhankelijk deskundige af en veroordeelde de Staat tot betaling van de schadevergoeding en proceskosten.
Uitkomst: De afwijzing van de Wajong-uitkering wordt bevestigd; appellante ontvangt een schadevergoeding van €1.000 wegens overschrijding van de redelijke termijn.