Betrokkene was senior communicatiemedewerker en ontving een loongerelateerde WGA-uitkering wegens een arbeidsongeschiktheid van 65-80%. De rechtbank had het beroep van betrokkene tegen het UWV-besluit gegrond verklaard en het UWV opgedragen een nieuwe beslissing te nemen, waarbij zij het deskundigenrapport van huisarts Lucassen volgde dat betrokkene slechts één tot twee uur per dag kon werken.
Het UWV stelde in hoger beroep dat het rapport van Lucassen onvoldoende objectieve gegevens bevatte en dat verzekeringsarts Greveling-Fockens, die een urenbeperking van vier uur per dag vaststelde, beter gemotiveerd en consistent was. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het rapport van Lucassen summier en onvolledig was en dat er geen vrijwel eenduidige, consistente en medisch verantwoorde opvatting onder deskundigen bestond die het oordeel van de rechtbank kon dragen.
De Raad volgde het oordeel van Greveling-Fockens dat betrokkene gemiddeld vier uur per dag kan werken en dat de mate van arbeidsongeschiktheid van 65-80% ongewijzigd blijft. Het bestreden besluit was niet deugdelijk gemotiveerd, maar dit werd gepasseerd omdat de belanghebbende daardoor niet werd benadeeld. Het UWV werd veroordeeld in de proceskosten en tot vergoeding van het griffierecht.