ECLI:NL:CRVB:2020:2599
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verlenging woonkostentoeslag ondanks Covid-19 risico
Verzoeker, rolstoelafhankelijk en woonachtig in een dure huurwoning, ontving woonkostentoeslag tot 25 mei 2020 met toepassing van een moratorium en de hardheidsclausule. Na afloop van het moratorium weigerde het college de toeslag te verlengen omdat verzoeker onvoldoende inspanningen had getoond om passende, goedkopere woonruimte te vinden en woningaanbiedingen had geweigerd.
Verzoeker stelde in hoger beroep dat vanwege zijn verhoogde kwetsbaarheid voor Covid-19 het niet van hem kon worden verwacht om te verhuizen naar woningen in [locatie], die volgens hem niet 'coronaproof' zouden zijn. De voorzieningenrechter oordeelde echter dat verzoeker deze stelling onvoldoende had onderbouwd met objectieve en verifieerbare gegevens. Medische verklaringen en een WMO-indicatieadviseur bevestigden juist dat de woningen geschikt waren.
De Raad volgde de voorzieningenrechter en concludeerde dat het college niet onredelijk had gehandeld door de toeslag niet te verlengen. Er was geen sprake van onbillijkheden van overwegende aard die toepassing van de hardheidsclausule na 25 mei 2020 rechtvaardigden. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om verlenging van de woonkostentoeslag afgewezen.