ECLI:NL:CRVB:2020:20
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzoek om herziening afgewezen wegens onredelijke termijn overschrijding
Verzoeker, die eerder een uitkering op grond van de Ziektewet had aangevraagd en waarbij het bezwaar en beroep ongegrond waren verklaard, verzocht om herziening van de uitspraak van de Raad van 29 juni 2016. Het herzieningsverzoek was gebaseerd op een uitspraak van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg van 15 mei 2017, waarin een klacht tegen een psychiater gedeeltelijk gegrond werd verklaard.
De Raad onderzocht of het verzoek om herziening tijdig was ingediend. Volgens artikel 8:119 van Pro de Algemene wet bestuursrecht kan een onherroepelijke uitspraak worden herzien op basis van feiten die voorheen niet bekend waren en die tot een andere uitspraak hadden kunnen leiden. De Raad stelt dat een verzoek om herziening in principe binnen één jaar na het bekend worden van het novum moet worden ingediend.
Het verzoek van 5 juli 2018 was meer dan een jaar na de uitspraak van het Tuchtcollege ingediend. Verzoeker voerde aan dat hij vanwege strafrechtelijke procedures en financiële problemen niet eerder kon indienen, maar de Raad vond dit onvoldoende reden om een langere termijn toe te staan. Daarom werd het verzoek als onredelijk laat beschouwd en niet-ontvankelijk verklaard.
Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 8 januari 2020.
Uitkomst: Het verzoek om herziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onredelijke termijn overschrijding.