ECLI:NL:RBDHA:2020:5127
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek intrekking en terugvordering bijstand wegens onredelijke termijn
Eiser heeft bijstandsuitkering ontvangen die in 2011 is ingetrokken en teruggevorderd wegens niet gemelde inkomsten uit mensenhandel. Na vrijspraak in strafzaak en niet-ontvankelijkverklaring OM in ontnemingszaak verzocht eiser in 2019 om herziening van het besluit uit 2011.
Verweerder wees het verzoek af wegens overschrijding van de wettelijke termijn van één jaar voor herziening en het verschil in beoordelingskader tussen straf- en bestuursrecht. Eiser stelde dat hij pas na definitieve strafrechtelijke uitspraken bekend was met relevante feiten en dat hij gerechtvaardigd vertrouwen had dat herziening nog mogelijk was.
De rechtbank oordeelde dat het schriftelijk verzoek te laat was ingediend, meer dan een jaar na bekendwording van de strafrechtelijke uitspraken. De rechtbank ging niet in op het beroep op het vertrouwensbeginsel omdat de mededeling waarop dit was gebaseerd na het primaire besluit was gedaan.
Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. De uitspraak werd gedaan door rechter Overdijk op 4 mei 2020.
Uitkomst: Het herzieningsverzoek is onredelijk laat ingediend en het beroep wordt ongegrond verklaard.