Uitspraak
18.4498 WAO
OVERWEGINGEN
(…)
6. Indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn kan het Uwv besluiten geheel of gedeeltelijk van terugvordering af te zien.”
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontving vanaf 7 augustus 2002 een WAO-uitkering die later onterecht bleek te zijn toegekend omdat zij minder dan 15% arbeidsongeschikt was. Het UWV vorderde de onverschuldigde uitkeringen terug, waarop appellante bezwaar maakte, maar geen beroep instelde tegen het bezwaarbesluit.
Na een verzoek om kwijtschelding van de schuld in 2017 wees het UWV dit af omdat appellante niet voldeed aan de vereisten van artikel 57 WAO Pro en de Beleidsregel terug- en invordering. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat haar leeftijd en betalingscapaciteit geen bijzondere omstandigheden vormden om af te wijken van het beleid.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij recht had op kwijtschelding vanwege langdurige aflossing en het vertrouwensbeginsel, maar de Raad oordeelde dat zij niet aan de wettelijke en beleidsmatige voorwaarden voldeed. Ook werd het beroep op dringende redenen en vertrouwensbeginsel verworpen. De Raad bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om kwijtschelding van de schuld werd afgewezen omdat niet aan de wettelijke en beleidsmatige voorwaarden was voldaan.