ECLI:NL:CRVB:2020:1797
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om wraking wegens vermeende vooringenomenheid rechter
Verzoeker heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant en vervolgens verzet gedaan tegen de niet-ontvankelijkverklaring van dat hoger beroep. Tijdens de behandeling van het verzet heeft de gemachtigde van verzoeker een verzoek om wraking van de behandelend rechter ingediend, stellende dat de rechter vooringenomen zou zijn omdat hij weigerde de behandeling van het verzet te schorsen.
De Centrale Raad van Beroep heeft overwogen dat wraking alleen kan worden toegewezen bij feiten of omstandigheden die de onpartijdigheid van de rechter aantonen. Procedurele beslissingen, zoals het weigeren van schorsing, kunnen geen grond vormen voor wraking. Ook de motivering van dergelijke beslissingen kan slechts in uitzonderlijke gevallen aanleiding geven tot wraking, wat hier niet is gebleken.
Daarom is het verzoek om wraking afgewezen. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. De beslissing is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep en uitgesproken in het openbaar op 7 augustus 2020.
Uitkomst: Het verzoek om wraking van de behandelend rechter is afgewezen wegens het ontbreken van een zwaarwegende aanwijzing voor vooringenomenheid.