ECLI:NL:CRVB:2020:1683
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing extra kinderbijslag wegens overschrijding inkomenstoets fiscale partners
Appellant vroeg voor het kalenderjaar 2017 een extra bedrag aan kinderbijslag aan op grond van artikel 7a, tweede lid, van de Algemene Kinderbijslagwet (AKW). Deze aanvraag werd door de Sociale verzekeringsbank (Svb) afgewezen omdat zowel appellant als zijn fiscale partner een belastbaar loon hadden dat hoger was dan de in de wet genoemde grens van €4.895,-.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en passeerde een gebrek in het besluit omdat appellant niet in bezwaar was gehoord, maar oordeelde dat dit geen nadeel opleverde. Appellant voerde onder meer aan dat de inkomenstoets onredelijk was en dat er sprake was van ongerechtvaardigd onderscheid tussen aanvragers met en zonder fiscale partner. Ook werden internationale verdragsbepalingen ingeroepen.
De Raad overwoog dat de rechter niet mag treden in de belangenafweging van de wetgever en dat er geen bijzondere omstandigheden waren die de toepassing van de inkomenstoets buiten toepassing zouden moeten laten. Het onderscheid tussen aanvragers met en zonder fiscale partner is geen verdacht onderscheid en valt binnen de ruime beoordelingsmarge van de verdragsstaat. De beroepen op het IVRK en EVRM faalden eveneens. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag voor extra kinderbijslag wordt afgewezen omdat appellant en zijn partner beiden een belastbaar loon boven de toegestane grens hadden.