ECLI:NL:CRVB:2020:1068
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herziening WIA-uitkering na intrekking wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante was sinds 2009 arbeidsongeschikt en ontving een WIA-uitkering die in 2012 werd ingetrokken omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. Zij verzocht om herziening van dit besluit op grond van nieuwe medische informatie en een Amber-beoordeling voor toegenomen arbeidsongeschiktheid na 2012.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens onvoldoende motivering door het UWV, maar liet de rechtsgevolgen in stand omdat geen nieuwe feiten of toegenomen arbeidsongeschiktheid waren vastgesteld. Appellante stelde in hoger beroep dat het UWV haar gezondheidssituatie te rooskleurig had ingeschat en verzocht om een Turkssprekende psychiater als deskundige.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de stukken die laat waren ingediend buiten beschouwing moesten blijven en bevestigde dat het UWV het verzoek om herziening terecht had afgewezen op basis van zorgvuldig gemotiveerde medische rapporten. Er was geen sprake van een Amber-situatie en ook voor de toekomst was geen aanleiding het besluit te herzien. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV terecht het verzoek tot herziening van de WIA-uitkering heeft afgewezen.